Fluitende architecten
Ik ken architecten. Sterker, ik ken een architect die een vriend is. Vrienden moeten elkaar wat kunnen vergeven vind ik. Maar ik begin met het stralend en winderig voorjaarsweer dat het vandaag is, toch weer te twijfelen aan zijn verstand. Ik heb een generieke antipathie jegens architecten. Elke keer dat ik een lelijk gebouw zie, verwijt ik dat alle architecten. Dat komt wellicht doordat ik zelden weet wie het gebouw gemaakt heeft. Voor de zekerheid neem ik het dan maar alle architecten kwalijk. Voor mijn vriend maak ik geen uitzondering. Hij verdedigt de betongedrochten, dus de verwijten komen ook hem toe.
Vanuit het raam van mijn kantoor kijk ik uit op ‘ons nieuwe kantoor’ - in afbouw. Ik kijk alleen ’s middags naar het kantoor, want als ik ’s ochtends al kijk heb ik ’s middags niets te doen. Maar nu het zo waait, luister ik de hele dag naar het gebouw. Het is een verdiepinkje of 10 hoog (zonder te tellen) en fluit naar me. Of fluit in het algemeen.
Zeker kolder in de kop.
Of een nieuwe hightech isolatielaag: een kunststof rooster op een metertje afstand van de buitenste muren dat het hele gebouw omkleedt. Het gebouw was mooier toen het nog in aanbouw was, zonder rooster.
Het floot ook minder naar me toen.
Momenteel is het nog onbewoond. Ik ben erg benieuwd of het ‘t MT zal bevallen op de bovenste verdiepingen. In de herfst wil het nog wel eens harder stormen dan nu - en ik vermoed ook een stuk harder fluiten. Ik benijd ze in ieder geval niet als ik op de vierde verdieping blijf steken.
Architecten hebben een nieuwe dimensie toegevoegd aan hun toch al niet te beste reputatie. Ze veroorzaken nu - ook na afbouw - geluidsoverlast. En ik weet zoals gewoonlijk niet wie dit ontworpen heeft, maar ik vermoed sterk dat het iemand is die zelf domicilie heeft genomen in een 17de eeuws pandje aan deez’ of gene singel in een binnenstad.