Windmolens

Op de terugweg vanuit Denemarken toch maar even onder een windmolen gaan staan. Het noorden van Duitsland en het zuiden van Denemarken staan er vol mee. Waarom staan wij er niet vol mee? Ik stelde die vraag laatst en kreeg als antwoord dat we er wel degelijk vol mee staan, maar dan op plaatsen waar Nederland niet vol is. Polder. Friesland. Plekken waar ik weinig kom. Uitwaaiend op het Deense Lolland vond ik een rij windmolens in de verte best mooi. Iets surrealistisch en futuristisch dat samenkomt met iets rustgevends. Ik denk bij futuristisch meestal aan stress van oneindig volle en vervuilde steden, vandaar.Op de weg terug dus een zijweggetje ingeslagen, auto gestopt, uitgestapt, windmolen. Eentje. Alleen in het weiland. Van dichtbij zijn ze indrukwekkender dan van een afstandje. En we vroegen ons af of ze lawaai maakten. Zoef. Dat valt alleszins mee. De wieken zijn enorm en als je omhoog kijkt zie je pluizige schaapjeswolken tegen een hemelsblauwe lucht doorklieft worden door een meters lang hagelwit slagzwaard. Op het eiland Lolland is een stevig briesje in september nooit ver weg en ik dacht aan de dag des oordeels toen het zwaard neerkwam. Zoef. En ik voelde mij gezegend toen het weer op ging. De witte wieken nodigde mij uit tot overgave aan het hogere. Zoef. Wellicht ook omdat ik net een week lang een meditatiecursus op datzelfde eiland had gevolgd.

Op de weg door Duitsland droomde ik al van een groen, schoon Nederland met aan iedere horizon rijen met windmolens. Eigenaardig dat ik dat dacht. Want ze zijn lelijk. Niet afgrijselijk. Maar toen we in noord-Groningen door de platte polder reden en er geen windmolen meer te zien was, begreep ik dat rust aan zichzelf genoeg heeft. Kijk een vogel, gewoon een meeuw. Een windmolen is rustgevend als een natuurfoto op je beeldscherm. Het komt niet in de buurt.

matthijs on september 20th 2006 in dagelijkse dosis

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply